|
|
Voorwoord
Passie en ondernemerschap
Harry Starren, algemeen directeur de Baak Management Centrum VNO-NCW
Passie: een economisch goed
Alles wat het waard is gedaan te worden, is het waard goed gedaan te worden. Met passie?
Voor Frederic Taylor, een van de aartsvaders van de organisatiekunde, was passie een irrelevante categorie. En dat is het voor velen nog. Ten onrechte. Naarmate individuele én collectieve creativiteit van groter belang worden, des te groter is het economisch belang van passie. Ooit terzijde, is het terzake geworden. Hij gold trouwens niet als fijngevoelig, Taylor. Hij vergeleek de arbeider met een os. Een werkdier dat zonder tegenspraak zijn werk deed. Als een os. Goed georganiseerd werk behoefde geen communicatie. En ook geen creativiteit. Een goed ontworpen werkproces en de inzet van de arbeider waren voldoende. Al het andere leidde af. Met de komst van gecompliceerder werk werd samenwerking, en het vermogen daartoe, interessanter. De invloed van de arbeider op de kwaliteit van het werk nam toe. De menselijke kant van de onderneming werd cruciaal. De ingenieurs kregen gezelschap van psychologen. De harde kant kreeg gezelschap van de zachte.
Onderscheid door kwaliteit
Als efficiency en effectiviteit de benen zijn van de organisatiekunde, dan brengt kwaliteitsverbetering het vak op gang. In de naoorlogse jaren stond kwaliteit centraal. Total quality: efficiency én effectiviteit, gericht op klanttevredenheid. De organisatiekunde leek compleet. Maar dat geldt voor de industriële fase. Een fase die haar eigen einde in zicht bracht. De diensteneconomie, door de klassieke econoom Adam Smith nog irrelevant geacht, werd in de naoorlogse wereld dominant. Zo vulde zich het vrije veld van de economie: landbouw, handel, nijverheid, industrie en dienstverlening creëerden een turbulente wereld vol concurrentie. Na efficiency, effectiviteit en kwaliteit dwingt de wereld die onze creatie is, een volgende stap af. Onderscheid maken, origineel zijn, wordt het nieuwe adagium. Creativiteit, ooit voorbehouden aan kunstenaars en een enkele onderneming, komt ook in het bedrijfsleven in aanzien. Als iedereen hetzelfde beter doet, wordt het beste gemeengoed. Commodities (gemeengoederen) dalen in prijs en profijtelijkheid. Dalende marges nopen tot creativiteit. In een individualiserende wereld geldt dat nog sterker. Voor dienstverlening geldt dat bij uitstek. De ironie is dat de automatisering die zonder standaardisering geen stap kan zetten, voortgaande individualisering mogelijk maakt. De betekenis van individualisering kan nauwelijks worden onderschat. Aan de afnemerskant groeit de behoefte aan een individuele, persoonlijke benadering. Massaproductie op maat: de auto wordt op individuele specificatie gemaakt. Ook in de dienstverlening worden de eisen specifieker. De betekenis van de menselijke relatie is hier evident. Dit vergt een groeiend improvisatievermogen van dienstverleners. Dit vergt op zijn beurt authenticiteit en gedrevenheid. Zonder passie geen vakmanschap.
Emotie en passie
Zonder de wereld van de ratio te verlaten, betreden wij thans de wereld van de emotie. Producten en diensten zijn betekenisloos zonder emotionele lading. Gevoel is zakelijk relevant. Dat geldt niet alleen voor producten en diensten. Het geldt ook voor het bedrijf, het werkklimaat en de bereidheid van professionals zich in te zetten. Het gaat niet meer om motivatie, het gaat om inspiratie. Zijn de werkomgeving, het werk, de collega’s en de klanten inspirerend? Dagen zij uit? In de industriële werkelijkheid gold dat je moest doen waar je voor stond ‘opgesteld’. Je taak verrichten, de opdracht uitvoeren. Niet de persoon werd gewaardeerd, maar de functie. We spraken over functiewaardering. Stel je een diensteneconomie voor waar ieder zich hield aan zijn functie. Bijna het omgekeerde is gewenst. Niet de functie-eisen staan centraal, maar de persoonlijke inzet en betrokkenheid: daar gaat het om. Welke doelstellingen stelt de professional zichzelf en anderen om van betekenis te zijn voor klanten, financiers en de samenleving als geheel? Ratio en emotie staan in een merkwaardige verhouding tot elkaar. Het zijn intieme vreemden. Zegt de vrouw tegen de man: ‘Ik voel me bij jou niet veilig.’ Antwoordt de man: ‘Dat ben ik niet met je eens.’ Twee werelden. Zonder emotie zouden wij geen keuzes kunnen maken. Zonder de ratio zouden wij niet weten hoe dat komt. Passie, waarom aandacht voor passie? Naarmate de wereld individualiseert – onze wereld – wordt de individuele inzet betekenisvoller. Creativiteit geschiedt niet op afroep, noch bij decreet. Zij is de vrucht van gedreven alertheid van passie. Alles wat het waard is te doen, is het waard goed te doen, op eigenzinnige wijze.
Kunstenaar
Heimelijk benijden wij hen. Om hun eigenzinnige gedrevenheid. Zichzelf als uitgangspunt
nemend, de wereld als schouwtoneel. Een romantisch beeld dat al te vaak onjuist is, maar
daarom niet minder hardnekkig. Die hardnekkigheid onthult de hunkering. In volle overgave een vak beoefenen en daarin excellentie bereiken. Originele kwaliteit die de vrucht is van individuele én collectieve creativiteit. Te mooi? Niet als ik dit boek goed versta. Het vraagt aandacht voor een niet te stuiten fenomeen. Professionals, en die zijn er steeds meer, zoeken standaarden die recht doen aan hun verlangen naar autonomie. Passie lijkt een voorwaarde voor vakbeoefening.
Lauw je werk doen. Je moet er niet aan denken. Daarover gaat dit boek. De mensen die dit boek hebben gemaakt – de redacteur voorop – ken ik als gedreven vakbeoefenaren. Een economie die bestaat uit gedreven vakbeoefenaren hoeft de uitweg uit de recessie niet te zoeken. Zij zijn de uitweg én het perspectief.
|